Werkwoordspelling in de tegenwoordige tijd ...

Invuloefening

  

Vul al de oefeningen in en druk daarna op 'controleren' om de oefening te controleren. Je zal punten verliezen als je al na enkele oefeningen de hele oefening wil controleren.

1. Jij (lachen) vervelend.
2. Wij (spelen) nooit in de klas.
3. De wasmand (zijn) leeg.
4. Joris (besteden) veel te weinig tijd aan zijn huiswerk.
5. Die meester van het vijfde leerjaar (laten) niks aan het toeval over.
6. (antwoorden) hij weeral niet ?
7. De lessen wiskunde (vinden) ik buitengewoon leuk.
8. Je (vinden) toch niet dat die meester te veel huiswerk geeft ?
9. Hij (rijden) met een echte luxewagen.
10. Jij (zeggen) hem de waarheid ; De Klimop is een klasseschool.
11. Die knappe juf (winden) de directeur zo rond haar vinger.
12. Het vliegtuig (landen) op Schiphol.
13. Het (branden)elk jaar één keer in onze school, bij het brandalarm !
14. Hij (schudden) iets uit zijn mouw omdat hij zijn les niet geleerd heeft
15. Die jongen (plagen) alle meisjes op de speelplaats.
16. Mijn broertje (hebben) weer heel wat noten op zijn zang.
17. Hij (stralen) van geluk !
18. Jij (kleden) je na de zwemles nooit fatsoenlijk aan.
19. Hij (braden) die kip toch veel te lang ?
20. Wij (verliezen) alle moed als we zien hoe lang het nog duurt.