Noteer de juiste vorm van het werkwoord. Je noteer de verleden tijd (vt) of de tegenwoordige tijd (tt) of het voltooid deelwoord (vd).

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om uw antwoorden te controleren. Gebruik de "Hints"-knop om een extra letter te krijgen, wanneer u het lastig vindt om een antwoord te geven. Let wel: u verliest punten, wanneer u hints vraagt!

Voor het jaar 1500 (bestaan, vt) er een verschil tussen ‘ketters’ en ‘heksen’.
Ketters (zijn, vt) mensen die, volgens de Kerk,op een verkeerde manier in God (geloven, vt) .
Heksen (zijn, vt) mensen die ervan (beschuldigen, vt) werden kwaad te doen in opdracht van de duivel. Veel mensen (denken, vt) dat de heksen dan ook ‘gelovigen’ (zijn, vt) van een ander soort godsdienst.
Volgens de mensen die op heksen (gaan, vt) jagen, was die andere godsdienst (bedoelen, vd) bedoeld om de duivel te aanbidden. De duivel was (zo zei men) verantwoordelijk voor alle ellende en al het kwaad in de wereld. Als de mensen iets verkeerds (doen, vt) , werden ze door God (straffen, vd) . De straf was dat God de duivel zijn gang liet gaan. Als gelovige mensen iets goeds wilden doen, dan (moeten, vt) ze alle aanhangers van de duivel wegjagen of doden. In het begin werden beschuldigingen van tovenarij door machthebbers niet serieus (nemen, vd) . Wat moest je met een boer die zei dat zijn koe (doden, vd) was door tovernarij? De man (vertellen, vt) dat het beest de dag ervoor nog gezond leek en nu dood in de wei lag.
Een getuige (vertellen, vt) dat hij een oude vrouw die voorbij was (lopen, vd) ‘vreemd’ naar het beest had zien kijken. Misschien zei die man maar wat en (hebben, vt) hij zelf slecht voor het dier (zorgen, vt) .