Noteer het juiste leesteken achter elke zin. Noteer tussen haakjes of het een mededelende (M), vragende (V), uitroepende (U) of bevelzin (B) is.

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om uw antwoorden te controleren. Gebruik de "Hints"-knop om een extra letter te krijgen, wanneer u het lastig vindt om een antwoord te geven. Let wel: u verliest punten, wanneer u hints vraagt!

„Maak je een trein, Andreas” ()
Andreas gaat voor de vrouw staan met de handen in zijn broekzakken ()
Nu spreekt Andreas op bijna bevelende toon ()
„Postnummer van Tielen” ()
„Heb je dat nodig voor een brief” ()
„Twee vier zes nul” ()
„Gebruik je hersens liever voor andere dingen” ()
Andreas begint te krijsen ()
„Stop, Andreas” ()
Dan valt er een bruuske stilte ()